1868 - Piet Hommelberg

Piet Hommelberg Ardina van Oostrom

Petrus Henricus "Piet" Hommelberg, geb. 30 Okt 1868, Tull & 't Waal, rietdekker, overleed 24 Feb 1955, Tull & 't Waal, begraven 28 Feb 1955, Schalkwijk (RK).
trouwde 3 Mei 1895, te Veldhuizen, Ardina Wijnanda van Oostrom, geb. 5 Jun 1875, Veldhuizen, (dochter van Hendrik van Oostrum en Cornelia van Dijk) overl. 30 Jan 1944, Tull & 't Waal.

Piet was voogd over Martien en Paulien Hommelberg (kinderen van zijn broer Hein). Regelmatig ging hij op de fiets naar Beesd om te informeren hoe het ging.
Piet vertelde altijd dat zijn grootvader of over-grootvader uit Oostenrijk naar Nederland was gekomen.

het huis met de naam Zeldenrijk

Het huis waar alle kinderen geboren zijn heette "Zeldenrijk" en stond aan de Scheidingsweg in Schalkwijk.
Ardina heeft haar man ontmoet toen zij logeerde op boerderij "de Oosterlaak" in 't Goy (boerderij van Jan Oostrom).

Vanwege de oorlog (1914-1918) zijn er kinderen uit Wenen voor hun gezondheid in Schalkwijk geweest. Een van die kinderen wad Greta Beichl, 11 jaar oud (ongeveer van 1907). Zij is enige jaren bij de familie in de kost geweest.

Piet Hommelberg met Ardina van Oostrom en 2 dochters

Piet Hommelberg met zijn gezin


Hij was de "wonderdokter". Hij verkocht een rose zalf waarvan gezegd wordt dat het tegen elk soort huidprobleem hielp. Er is echter een rechtzaak over de verkoop van de zalf geweest. Sindsdien mocht de "Hommelberg-zalf" uitsluitend worden verkocht door een apotheker (van der Meene) in Driebergen. Clandestien werd de zalf echter nog wel gemaakt en verkocht, later door dochter Nanda. De rechtzaak was aangespannen door een dokter (Wim van de Hooft), die de zalf in Gellicum bij een vrouw was tegengekomen. Een advocaat (meester Vermeulen, Wittevrouwesingel te Utrecht) wist de veroordeling van een half jaar in hoger beroep omgezet te krijgen naar een boete van 400 of 600 gulden. De advocaat wilde nog wel verder procederen, maar Piet vond het verder wel best. De advocaat pleitte gratis, omdat hij door de zalf was genezen van baardschurft.

Een gedicht van een dankbare 'patient':



Benschop 14 mei 1945


Geachte Hommelenberg

Ik zou u volgens afspraak schrijven
Hoe t met mijn linkerarm verging
Het kon toch zoo niet langer blijven
Het was een allerakeligst ding.
Welnu,ik smeerde een paar dagen
En alles is weldra verdord
Je kon wel merken dat door t smeersel
De huid heel spoedig beter wordt
Toch duurde het nog een paar weken
Voordat het geheel genezen was
Want telkens ging de pols weer jeuken
En kwam de zalf me weer tepas.
De helft heb ik maar afgegeven
Aan die mij het vet gaf: T.van Vliet
Hij heeft het heden wel niet noodig
Maar eenig voorraad hindert niet.
Ik wil u nog mijn dank betuigen
Naast God die het gezegend heeft.
Wij moeten altijd voor hem buigen
Daar hij ons alle dingen geeft.
Ik wensch u toe dat nog veel menschen
Genezen worden door uw zalf
Want och het smeersel van den dokter
Helpt ons in zoo n geval maar half.
En verder beste dakendekker
Wat zijn we van de mof verlost
En t heeft ons in de laatste dagen
Maar o zoo weinig bloed gekost.
Er komt weer eten voor de menschen
De mof neemt ons niet t beste af
We kunnen weer eens vrij wat zeggen
De landverraders krijgen straf.
God zij gedankt voor onze vrijheid
Wij zijn hem nu ook veel verplicht
Wij moeten hem in het leven dienen
Dat is het doel van dit gedicht
Ontvang ten laatste met uw dochters
Piet Hommelenberg, mijn beste groet
En k zal uw zalf steeds aanbevelen
Wanneer er iemand smeeren moet.

E. van Oosterom
Benschop 392.


ardina van oostrom

huis zeldenrijk

piet hommelberg 1868 handtekening

piet hommelberg 1868 met ardina van oostrom en 2 dochters

piet hommelberg 1868 met hele gezin

piet hommelberg 1868